Onze Salvia’s

Salvia’s zijn over de hele wereld bekend als tuinplanten en zijn zeer geliefd. Maar echte salie (Salvia officinalis) zullen de meeste mensen ook kennen als keukenkruid. Salvia’s zijn meestal vaste planten, soms eenjarigen of halfheesters.
het Latijnse woord Salvere betekent verzorgen of helen, en dit verwijst naar de geneeskrachtige eigenschappen die worden toegekend aan bepaalde soorten.

Met geslachten zoals LavandulaNepetaPerovskia en Agastache hebben Salvia’s wel wat gemeen. Dat valt meteen logisch te verklaren want deze behoren allemaal tot dezelfde familie van Lamiaceae (de lipbloemenfamilie).
Lipbloemigen delen bepaalde kenmerken zoals de stengel die (meestal) hol en vierkantig is, bladeren staan kruisgewijs tegenover elkaar en het meest opvallende: de bloemen bestaan uit vergroeide kroonbladen die zo een bovenlip en onderlip vormen.
De meeste planten uit de Lamiaceae (zo ook Salvia) hebben aromatische oliën in het blad. Vele keukenkruiden behoren hier dan ook toe, denk maar aan OriganumMenthaRosmarinus.

Salvia’s zijn kosmopoliet. De planten komen op vele plaatsen in de wereld voor. Een gemeenschappelijk kenmerk zijn droge, goed gedraineerde kalkrijke bodems op een zonnige standplaats. Uitzonderingen zijn mogelijk (vb. Suliginosa staat graag fris tot vochtig). Lang niet alle soorten Salvia zijn in ons klimaat winterhard, maar het is wel zo dat de meeste Salvia’s sneller zullen afsterven door teveel water aan de houtige wortels in het rustseizoen, dan door de koude. Hoe beter gedraineerd ze staan, hoe beter ze de vorstperiodes zullen overbruggen.

De stengels van Salvia zijn vierkantig, vaak behaard. Bij vele soorten is er onderaan een bladrozet maar op de bloemstelen staan ook nog kruisgewijs tegenoverstaande bladeren (soms zittend, soms gesteeld). Bij vele soorten zijn er ook stipulen of steunblaadjes.

De bloemetjes staan samen op schijnkransen/aren met wel 40 stuks bij elkaar. Afhankelijk van de soort kunnen de aren zeer lang zijn, of eerder breed en kort.
De enkelvoudige bloem bestaat uit samengevoegde kroonbladen (petalen) die een onderlip en bovenlip vormen. De bovenlip heeft vaak drie ‘tanden’ en de onderlip bestaat meestal uit twee lobben. De kelkbladen (sepalen) zitten ook vergroeid, onderaan de lipbloem en zijn vaak purper gekleurd. Net onder de bovenlip staan vier meeldraden.

De bloemen onderaan de steel zullen als eerste openen, de bovenste bloemen zullen dus het langste mooi blijven.
Na de bloei verdroogt het bloemetje tot een vierdelige splitvrucht. Het zaad is donker gekleurd.

Bij vele Salvia’s is er beharing te vinden op de stengels, het blad of zelfs de bloemen.
Deze haren worden trichomen genoemd en de haartjes zijn een uitgegroeid deel van de epidermis (de ‘huid’ van de plant).
Enerzijds zullen deze haren helpen om verdamping tegen te gaan, anderzijds zullen de haren vaak essentiële oliën vrijgeven wanneer het blad wordt aangeraakt. Op deze manier worden grazers zoals koeien afgeschrikt en zullen ze de planten niet opeten. Salvia officinalis en sclarea zullen zo een zeer sterke geur verspreiden.

Tot slot vertellen we iets meer over het bestuivingsmechanisme bij Salvia.
Wanneer een hommel of andere bestuiver de bloem nadert, gaat hij op de onderste lip zitten. Hierbij zal de bovenste lip lichtjes buigen naar de hommel toe en de meeldraden die zich hier bevinden, zullen het stuifmeel op de rug van de bestuiver afzetten.
Dit mechanisme van bestuiving blijkt een vorm van convergente evolutie te zijn. Verschillende groepen binnen het geslacht Salvia hebben deze tactiek van bestuiving, maar het mechanisme is bij deze verschillende groepen apart ontstaan. Dit is een vorm van evolutie die we over het hele planten- en dierenrijk kunnen terugvinden. Andere voorbeelden van convergente evolutie zijn de ontwikkeling van vleugels bij vleermuizen en vogels of het vormen van zwemvliezen bij zeezoogdieren en watervogels. De functie (resp. vliegen en zwemmen) zijn dezelfde bij deze groepen van dieren, maar het mechanisme achter vleugels en zwemvliezen is totaal verschillend. Vroeger werd hierdoor wel vaker een verwantschap tussen bepaalde (dier)soorten vermoed, die in praktijk echter ver uit elkaar liggen.

Verzorging en standplaats

Soorten die in ons klimaat van nature niet groeien, zal je moeten afdekken of zelfs vorstvrij overwinteren.
De meeste planten uit ons assortiment zijn echter volwaardige tuinplanten voor het Belgische klimaat en vragen enkel goede drainage en zon. Geef de planten zeker voldoende kalk.
Salvia wordt gestekt maar je kan ook zaaien. Dat wordt bij de cultivars uiteraard niet gedaan, omdat nieuwe planten niet soortecht zijn.

Na de bloei is Salvia minder attractief, de uitgebloeide aren zijn niet echt mooi.
Je kan de planten half juli met een derde terugknippen en lichte bemesting geven. Ze zullen dan bossig uitgroeien en vaak nog een tweede keer bloeien.

Overzicht van onze salvia’s